JURYRAPPORT




Juryrapport VSB Poëzieprijs 2017

Je zou verwachten dat in een tijd van pessimisme en illusieloosheid, met een zware economische crisis die blijft narimpelen, de publicatie van dichtbundels niet de grootste prioriteit heeft. De 134 inzendingen voor de VSP Poëzieprijs 2017 spreken die vermoedens echter tegen. Poëzie lijkt opnieuw haar vroegere urgentie op te zoeken, en naast de gevestigde uitgevers zijn er heel wat jonge, vitale spelers op de markt. Niet langer is poëzie voorbehouden aan het gedrukte blad, ze leeft ook op allerlei kleine en grote podia. Het resultaat van die recente ontwikkelingen is een bijzonder divers, maar uitermate rijk en boeiend palet.

Opmerkelijk is vooral de drang van veel dichters, jongeren maar ook oudere routiniers, om midden in hun tijd te staan. Ze zijn zich sterk bewust van de uitdagingen waar wij ons met z’n allen in de 21ste eeuw voor gesteld zien, en willen hun eigen (poëtische) stem bewust laten meeklinken. De vluchtelingenproblematiek, migratievraagstukken en de economische crisis zijn opvallend aanwezige thema’s. Parallel aan deze maatschappelijke wending wordt er tegelijk intens gezocht naar nieuwe vormen van intimiteit en bescherming, naar nieuwe rituelen. De hedendaagse poëzie is extravert en tegelijkertijd zoekt ze naar een nieuwe huiselijkheid.

Een en ander heeft ook gevolgen op het vlak van stijl en taal. Zo valt op hoeveel dichters spelen met hun eigen autobiografie, ironisch maar tegelijk oprecht. Ze verwerken in hun gedichten vaak allerlei concrete data en gebeurtenissen, noemen hun eigen naam en die van bestaande collega's. Even opmerkelijk is de manier waarop poëzie haar formele bedding verlaat: sommige gedichten zijn dialogen, in andere gevallen wil het vers nadrukkelijk een verhaal vertellen, en typisch is de manier waarop sommige bundels een roman in dichtvorm, een soort encyclopedie of een portrettengalerij willen zijn. Ook wordt er geëxperimenteerd met allerlei tekstgenres, nieuwe media en nieuwe vormen van typografie.

De Nederlandstalige poëzie heeft in 2016 meer gedaanten dan ooit. Ze is vertrouwd en tegelijk ook bevreemdend. En zo is het goed.

 

 Hannah van Binsbergen, Kwaad gesternte (Atlas Contact 2016)

 

Het omslag van Hannah van Binsbergens debuutbundel wordt voor een groot deel gevuld door één woord in imposante kapitalen: KWAAD. Toch is dit niet de poëzie van een angry young woman: daarvoor zijn haar gedichten te beheerst en te nonchalant. Er wordt weliswaar heel wat afgevochten in Kwaad gesternte, maar het is een kleine, alledaagse strijd, geen Grote Strijd om universele principes: het goede, het ware en het schone hangen allang uitgeput in de touwen. Waar kun je dan nog voor vechten? ‘Wij hebben niet echt een wereld,’ schrijft de dichteres. Wat rest, zijn de lijnen die je zelf trekt en die hoop of wanhoop aan je leven geven.

De poëzie van Van Binsbergen staat met twee benen in onze tijd. Met de zelfverzekerde parlandotoon waarmee ze haar weifelingen tot uitdrukking brengt sluit ze duidelijk aan bij generatiegenoten als Maarten van der Graaff, maar ze doet dat met een krachtige eigen stem. Niets aan Kwaad gesternte verraadt dat het een debuutbundel is, of het moet nu juist de onbevangenheid zijn waarmee de dichteres haar lezers tegemoet treedt, niet gehinderd door de last van de verwachtingen. Het werk van Hannah van Binsbergen is een grote aanwinst voor de Nederlandse poëzie. 

 

Rodaan Al Galidi, Koelkastlicht (Uitgeverij Jurgen Maas, 2016)

 

Het is koud in deze gedichten. De bundel Koelkastlicht van Rodaan Al Galidi is een zachte wanhoopskreet van een mens die tegen beter weten in dapper het allermoeilijkste probeert te doen wat er is: leven. Er klinkt een eenzame stem uit op die grimassend om eenzaamheid probeert te glimlachen en die het geloof levend wil houden in een vreedzaam samenleven met zichzelf, al was het maar in de vorm van een zuchtende berusting in de gewapende vrede die wanhoop heet. En dan is er ook de mensheid nog, die nodig gered moet worden en die de mens maar niet met rust laat. Oog in oog met de overweldigende behoeften van de almaar alomtegenwoordige mensheid doet de dichter wat hij kan en dat is niet veel, maar ook niet helemaal niets: ‘Ik zal niet denken dat ik de mensheid / net gered heb van de mensheid,/ maar gewoon dat ik een uurtje mededogen had.’ We zouden misschien in de veronderstelling kunnen verkeren dat we om deze gedichten mogen lachen en de dichter zal ons niet tegenspreken. Maar in deze broze poëzie zijn de naaktste gevoelens bevroren in taal, helder en scherp als ijspegels. Deze bundel is moedig in zijn thematiek en oprechtheid.

 

Ruth Lasters, lichtmeters (Uitgeverij Polis, 2015)

 

Ruth Lasters gaat in lichtmeters te werk met een zilveren schaartje. Liefdevol maar niets ontziend fileert zij de hedendaagse samenleving, en daarbij ontziet zij allerminst zichzelf en haar omgeving. Zij laat zien hoe onze intimiteit en onze identiteit onder toenemende druk staan, maar ook hoe levenskrachtig mensen zich in precaire omstandigheden kunnen tonen. Het verlies van traditionele zekerheden en rituelen leidt tot een zoektocht naar nieuwe vormen van zingeving: het ogenschijnlijk banale blijkt toch weer te berusten op allerlei betekenissen en verbanden, die op hun beurt nieuwe rituelen vormen. Tegelijk heeft de dichter oog voor de complexe wijze waarop het bestaan van individuen verweven is met onrustbarende maatschappelijke ontwikkelingen als globalisering, klimaatverandering en technologie. lichtmeters is daardoor een bundel bij de tijd, geschreven met een haast feilloze precisie en een ontzaglijk gevoel voor stijl. Lasters weet de taal maximaal uit te puren via een bijzonder gebruik van ritme, krachtige beelden en intrigerende grammaticale patronen. Haar eigentijdse taalgebruik krijgt daardoor bij momenten klassieke allure. Daarbij komt een zorgvuldig gecomponeerd weefsel van motieven en echo’s dat de afzonderlijke gedichten tot een hecht geheel verbindt. Deze gedichten geven tegelijk blijk van een panoramische blik en een loepzuiver oog voor het detail. lichtmeters is zonder meer grote poëzie.

 

Delphine Lecompte, Dichter, bokser, koningsdochter (De Bezige Bij, 2015)

 

Delphine Lecompte zou zomaar een natuurtalent kunnen zijn. Van Dichter, bokser, koningsdochter gaat een grote urgentie uit: deze gedichten wekken de suggestie dat ze onmogelijk ongeschreven hadden kunnen blijven. Haar even mateloze als eigengereide werk lijkt van levensbelang. Lecompte schept een unieke wereld, grotesk, wreed en lachwekkend tegelijkertijd. Haar universum wordt bevolkt door personages en situaties die bruut je verbeelding binnenvallen en daar blijven spoken in je klaarwakkere dromen. Het lezen in Dichter, bokser, koningsdochter werkt verslavend, en dat is heilzaam: hoe meer je door de bundel dwaalt, des te meer samenhang ga je erin zien, des te groter is de dieptewerking in de wereld die Delphine Lecompte schept. De gedichten zijn wel los van elkaar te lezen en roepen dan ook al wel een fascinerende, surreële ruimte op, maar als je de drie afdelingen van de bundel elk als een geheel beschouwt, krijgt die ruimte er nog een hyperdimensie bij, zie je de personages en hun eigenschappen terugkomen, gaan de gebeurtenissen in het ene gedicht die van het andere becommentariëren, en ontstaat er als een soort gloed over het geheel een nog niet eerder waargenomen soort humor, ondanks de in de meeste gedichten opduikende angsten en andere narigheden. Ook valt dan Lecomptes zeer persoonlijke ritme steeds meer op, het ritme dat het schrijfproces, zo realiseren we ons, voor een groot deel moet hebben bepaald. Delphine Lecompte is de boksende koningsdochter van de Nederlandse poëzie.

 

Nachoem Wijnberg, Van groot belang (Atlas Contact, 2015)

 

De bundel Van groot belang van Nachoem Wijnberg, die een voorlopig hoogtepunt vormt in zijn eigenzinnige oeuvre, is een pijnlijk consequente en ongemakkelijk precieze analyse van macht, economische en maatschappelijke structuren en mechanismen die aan de wortel liggen van de verworden wereld waarin wij elke ochtend wakker worden. In deze poëzie wordt plaats ingeruimd voor entiteiten die zich doorgaans niet in een bijzonder poëtische reputatie kunnen verheugen, zoals de speltheorie, beroepsbeleggers, het economisch model van Keynes, landsbestuur, prijsonderhandelingen en religieuze overtuiging. Maar het wonder van deze gedichten is dat deze op het oog prozaïsche concepten, die wij over het algemeen geneigd zijn gedachteloos te aanvaarden als grondslagen van onze moderne maatschappij, door toedoen van de vervreemdende vasthoudendheid van de dichter een ongrijpbaar poëtisch karakter van angstaanjagende schoonheid krijgen. Wijnberg beseft dat hij zich ‘de luxe van zoveel niet te hoeven zeggen’, zoals hij dat in het voorlaatste gedicht formuleert, op dit moment in de geschiedenis niet kan permitteren. In een hoogst individueel poëtisch jargon, dat zo helder is dat het verwarring sticht, demonstreert hij de logica van het onlogische en fileert hij het gebrek aan logica van de logica. Als verontrustend onderzoeksverslag naar het denken en handelen van mensen te midden van medemensen doet deze bundel zijn titel eer aan.

 

De jury van de VSB Poëzieprijs 2017


Francine Houben (juryvoorzitter)

Dirk de Geest

Martin de Haan

Rozalie Hirs

Ilja Leonard Pfeijffer