NOMINATIES


 


Joost Baars, voor zijn debuut Binnenplaats
Uitgeverij Van Oorschot, 2017

Uit het juryrapport: De binnenplaats is iets wat niet is in het hart van wat is. De taal van Joost Baars’ debuutbundel vormt een eigenaardige, meeslepende muziek die het aardse probeert te verbinden met het transcendente, de hartenkreet met de filosofie, alles alsmaar bewegend om het grote gat in het midden. Wat gebeurt er met een gebed als het nergens heeft om aan te komen? Hoe moet je liefhebben in de schaduw van onzekerheid? Joost Baars tast in het duister, en haalt daar gedichten vandaan met een onmiskenbaar meesterschap en een duizelingwekkende diepte.

lees meer >


Charlotte Van den Broeck, voor de bundel Nachtroer
Uitgeverij De Arbeiderspers, 2017

Uit het juryrapport: Nachtroer is een coherente, hecht gecomponeerde bundel, bijeengehouden door de rode draad van het steeds terugkerende thema van de liefdesbreuk. De bundel bevat een aantal prachtige cycli, te beginnen met de meesterlijke anti-chronologische reeks Acht. Naast reeksen zijn er lange losse gedichten, half narratief en half lyrisch, die de lezer meteen pakken door hun sterke beelden en een raadselachtigheid die wordt opgeroepen in bedrieglijk gewone taal. Deze poëzie heeft een enorm tempo en is complex en pakkend. Hij zuigt je op en werkt niet alleen bij lezen maar ook bij ‘performen’ ervan. Bij herlezing worden deze gedichten steeds beter. Het is zorgvuldige poëzie, welluidend en avontuurlijk, en zeer authentiek. Omdat de afzonderlijke gedichten geen afgesloten composities zijn maar verbanden aangaan met de andere kom je al lezend in een ‘flow’. Het geheel is meer dan de som der delen. Dat een tweede bundel zo gedurfd en onverschrokken kan zijn is bijzonder.

lees meer >

 

Vonkt van Marije Langelaar
Uitgeverij De Arbeiderspers, 2017

 

Uit het juryrapport: In Vonkt schrijft Marije Langelaar onverschrokken over lichamelijkheid, liefde, vrouwelijkheid, moederschap, scheiden en sleur. De dichteres roept de ongrijpbare, bevreemdende sfeer van de droom op met de precisie van een slagershand. Het resultaat is een bundel die het leven toont in zijn ‘messige scherpte’. Vonkt briest, vlamt, stampt én zalft. Woorden zijn manieren om te worden, om te transformeren en uiteindelijk zichzelf te bevrijden. In deze bundel veranderen mensen in stoelen en herten, kunnen ze katten en zwaluwen berijden of gaan werken aan het Ministerie van Zwaarte en Schittering. Met Vonkt schreef Marije Langelaar een ontroerende bundel, sprookjesachtig maar niet naïef, wild en tegelijk secuur, vol beelden die blijven hangen, lang nadat de lezer uit zijn leesroes is ontwaakt.

lees meer >

Ja Nee van Tonnus Oosterhoff

Uitgeverij De Bezige Bij, 2017

Uit het juryrapport: De bundel Ja Nee vormt in alle opzichten een klassieke Oosterhoff. De lezer blijft haken aan zijn gedichten; Oosterhoff laat je struikelen over zinnen en regels. In Ja Nee komt dit door het duizelingwekkende spel van bevestigen en ontkennen. Bevestigende ontkenningen, ontkennende bevestigingen of dubbele ontkenningen – soms duiken ze zelfs binnen een enkele versregel over elkaar heen. Ja Nee is bovendien een bundel die de lezer expliciet aanspoort te kijken, een perspectief in te nemen. En dat betreft ondanks de speelsheid en lichtheid die deze poëzie zo kenmerkt een donker perspectief, namelijk dat van de ter dood veroordeelde. Daarmee heeft Oosterhoff een bijzondere bundel gecomponeerd die de lezer vooral confronteert met vergankelijkheid.

lees meer >

Leger van Mieke van Zonneveld
Uitgeverij De Bezige Bij, 2017


Uit het juryrapport
: Van Zonneveld raakt met gevoelige handen kwetsbare snaren van de dilemma’s van onze beschaving aan. Met even gevoelige en kritische ogen kijkt ze haar eigen leven en passies in de ogen. De gedichten in haar debuutbundel Leger balanceren zonder ophouden op de rand van het intiem meditatieve en sterk ‘performende’ (soms tot het rap-achtige toe). Deze twee tendensen groeien uit tot elkaar versterkende krachten. Het resultaat is uniek. De zorgvuldig in acht genomen verhouding tussen ironie, tragiek, innigheid en (zelf)spot eveneens. Van Zonneveld speelt meesterlijk met de vorm, met de vooral in een (eventueel denkbeeldige) uitvoering waar te nemen rijmen, binnenrijmen, ritmes. Zij is uiterst sensueel in haar gedisciplineerd-zijn, in het uitstellen van verwachte aanrakingen terwijl ze met lichte tred over duizelingwekkende ravijnen loopt. De ritmes en gedachtenbogen stokken meesterlijk – en dat zijn de beste momenten van de bundel – als ze zichzelf toestaat om neer te storten en de diepste bodem te raken.

lees meer >