NOMINATIES


LUUK GRUWEZ, VOOR WIJVENHEIDE - UITGEVERIJ DE ARBEIDERSPERS, 2012

is schrijver, dichter en essayist. Hij debuteerde op zijn twintigste met de bundel Stofzuigergedichten, maar nam daar later afstand vanwege het hoge autobiografische gehalte. Wel bleef poëzie lange tijd zijn voornaamste genre.
Het werk van Luuk Gruwez wordt wel getypeerd als neoromantisch, in reactie op het nieuw-realisme in de jaren zestig. Als een van de eersten van de Vlaamse dichters uit zijn generatie heeft Gruwez geen moeite met grote gevoelens, grote woorden. Liefde en de dood hebben een centrale plaats in zijn werk, net als overigens het schrijven zelf. Sensualiteit, lyriek en emotie zijn weer toegestaan, soms vergezeld van een flinke dosis ironie. Omdat alles al een keer gezegd en gedaan is, en alleen het vakmanschap van de dichter onderscheid zou kunnen aanbrengen, wordt in zijn werk de aandacht voor stijl echter benadrukt. De gedichten zijn een poging de chaotische realiteit in banen te leiden, strakke klassieke vormen en klankherhalingen moeten structuur scheppen.
Waar in de beginjaren het persoonlijke, de eigen ‘ik’ sterk naar voren kwam in Gruwez’ poëzie, bevatten zijn bundels in de loop der tijd een steeds bredere benadering van zijn onderwerp. Het werk wordt universeler en minder nadrukkelijk poëticaal. Hoewel gedichten vaak nog steeds een ik-persoon bevatten, is die ik een ander, niet Gruwez zelf. Naar zijn mening hoeven ze de lezer ook geen werkelijkheid voor te spiegelen, maar een vervalste werkelijkheid die voor hen tot waarheid wordt.
Zijn opvattingen met betrekking tot de functie van literatuur, deelt Luuk Gruwez in al zijn werk: poëzie, proza, essays, in afzonderlijke publicaties of in de tijdschriften en dagbladen waarin hij regelmatig bijdrages aan levert. Daaronder bevinden zich Yang, Dietsche Warande & Belfort, De Standaard en De Morgen. Hij werkt inmiddels ruim vijftien jaar als fulltime schrijver, na langdurig als docent in het kunstonderwijs te hebben gewerkt. Gruwez werd geboren in Kortrijk, groeide op in Deerlijk en woont en werkt de laatste jaren in Hasselt. In 2010 publiceerde hij een selectie uit zijn werk in Garderobe, in 2012 verscheen de bundel Wijvenheide, die werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs.

Luuk Gruwez publiceerde de volgende poëziebundels:

Stofzuigergedichten (1973)
Ach, wat zacht geliefkoos om een mild verdriet (1977)
Een huis om dakloos in te zijn (1981)
De feestelijke verliezer (1985)
Dikke mensen (1990)
Vuile manieren (1994)
Dieven en geliefden (2000)
Allemansgek (2004)
Psilo (2007)
Lagerwal (2008)
Garderobe (2010)
Wijvenheide (2012)

Het werk van Luuk Gruwez wordt uitgegeven door de Arbeiderspers, Amsterdam. Eerder werk verscheen bij Orion-DBB, Brugge en Manteau, Antwerpen.

 

De vormbewuste taalvirtuoos die uit deze bundel spreekt, varieert zonder moeite de verschillende stijlregisters tussen verhevenheid en alledaagsheid. Om zijn poëtische wereld vorm te geven, schuwt de dichter bovendien het scabreuze noch het banale. Hij creëert originele beelden, die niet zelden van een geestige lading worden voorzien die de onderliggende ernst relativeert. Zo krijgt het veelvuldig gethematiseerde afscheid dan ook nauwelijks een zwaarwichtige of zwaarmoedige lading maar wordt het veelmeer vanuit ongebruikelijke perspectieven met kritische afstandelijkheid belicht.

audiofragment: WIJVENHEIDE

Voor Totje

Laat ons naar Wijvenheide gaan.
Hoe Jammerlijk dat afstanden bestaan,
Maar wie per se naar Wijvenheide wil,
Komt ook in Wijvenheide aan.

Laat ons naar Wijvenheide gaan.
Daar strijken karekieten neer.
De rietpluim wuift wie straks weer
weg moet, nu al uitgebreid ten afscheid.

Laat ons naar Wijvenheide gaan.
In Wijvenheide ligt een groot geheim:
de zilverreiger broedt er op een spiegelei.