NOMINATIES

KREEK DAEY OUWENS, VOOR DE ACHTERKANT (UITGEVERIJ QUERIDO, 2009)

Kreek Daey Ouwens (Lindenheuvel, 1942) schrijft naast gedichten ook toneel en proza. Feitelijk vloeien die genres in elkaar over, zoals in de verhalenbundel Tegen de kippen en de haan (1995). Werelden van volwassenen en kinderen zijn evenmin strikt van elkaar te scheiden. Steeds evoceert Ouwens een meisje dat met haar moeder en zusjes inwoont bij grootouders in de Limburgse mijnstreek.

Poëziebundels door Kreek Daey Ouwens:
Stokkevingers (1991) 
Kinderbed (2003)

De achterkant (2009)

 

De jury van de VSB Poëzieprijs: ‘Kreek Daey Ouwens presenteert met De achterkant een intrigerende, hecht gecomponeerde bundel die een familieverhaal vertelt dat gelukkig begint maar waarin zich steeds meer droevige raadsels voordoen. De chronologische orde die zo’n verhaal normaalgesproken bij elkaar houdt, biedt hier geen houvast: oude en nieuwe verliezen gaan een associatief verband met elkaar aan, zodat iedere herlezing de spanning verhoogt.’

 

Waar vind je het verhaal van je jeugd?

Het lied hangt in het gras. Het lied is langer dan de dood.

Langer dan de liefde.

Liefde, dood, wat betekenen die woorden?

Vandaag regent het, morgen schijnt de zon.

Dat is en dat was. Altijd. Want de dingen zijn ook in mij. Ik kan

ermee doen wat ik wil. Ik kan ze bedekken. Ik kan mijn voet

optillen, en ze, smal en breekbaar, weer tevoorschijn laten

komen. Ik kan de doden tevoorschijn laten komen. Ik kan ze                                              

laten lopen en praten. Weer wegdoen. Dat kan het kind. Dat het                 

lied heeft gehoord.                                                                                       


Kreek Daey Ouwens

uit De achterkant

Querido 2009