NOMINATIES



JAJA DE OERKNAL - MARIA BARNAS

Jaja de oerknal - Maria Barnas  (De Arbeiderspers, 2013)

uit het juryverslag bij nominatie

Jaja de oerknalis een introspectieve bundel over gevoelens en gewaarwordingen (angst, herinneringen, de creatieve vonk) die niettemin een schat aan beschrijvende observaties en waarnemingen biedt. Het taalgebruik is trefzeker, beheerst en soepel en volgt elegant de grenzen tussen wat gezegd en benoemd wordt, en wat verzwegen of impliciet blijft. De afzonderlijke gedichten bestrijken een groot scala aan vormregisters maar vormen samen een thematische en stilistische eenheid. De beelden zijn krachtig, suggestief maar nooit obligaat-symbolisch.

 

 

Waar de dichter leest

 

De bladertooi in het hoofd van de dichter

is bonter en voller dan die van de windstille

boom die verstrekkend staat te branden

in het raam en ik kan zeggen dat ons weten

 

niet tegen branden is opgewassen.

De woordenstruik krijgt geen ruimte

waar de dichter leest en de wind

in dit land waar geen wind waait

 

maakt de zaal licht ontvlambaar.

(Wat knikken de koppen van slaap.)

Zet de kleurige kelken op het behang

 

die stromen in de dichter als tranen

met tuiten in lichterlaaie. Kan het raam nu open?

Straks missen we het zuchtje.

 

Maria Barnas

Uit Jaja de oerknal

Luister naar dit gedicht:

Zien en spreken, afwachten, verwachtingen koesteren of relativeren. In de poëzie van Maria Barnas worden alle mogelijke manieren om zich tot een ander te verhouden, om in de alledaagsheid van het leven de juiste vorm van handelen te kiezen, aan een gedetailleerde reflectie onderworpen.  Er moet misschien gehandeld worden, maar hoe? En wat betekent dat dan?  In die vragen schuilt genoeg angst die zich het beste met woorden laat bezweren. Niet dat die bezwering verlichting of verlossing biedt. Wel nieuw inzicht. En zo pregnant verwoord als bij Maria Barnas, poëzie.

 

In eerdere bundels van Maria Barnas lazen we al hoe de werkelijkheid een probleem was voor de ik-figuur in de gedichten. Er leek de ik veel te overkomen dat zorgen baart,  of op gunstiger momenten, tot verwondering aanzet. De ik wist vaak nog een zekere distantie te hanteren om zo als een relatieve buitenstaander naar de werkelijkheid te kijken. Maar in Ja Ja de oerknal is dat niet langer meer mogelijk. Angst heeft nu de overhand.

De gedichten in Ja Ja de oerknal openen voor de lezer het zicht op een wereld waarin een ik en ook de personen die daar omheen cirkelen, aan onzekerheid ten prooi gevallen zijn, waarin het alledaagse met argwaan bekeken wordt, in het besef dat onaangename bijbedoelingen zich zomaar kunnen openbaren. Het vertrouwde en veilige, zoals Erik Menkveld al over de bundel schreef,  wordt onder stroom gezet door de afwisseling met het immense en vreemde. In scherpe en vaak met humor verwoorden anekdotes en conversaties krijgen de gewoonste situaties lading en slaan om in angstvisioenen.

 

Zo lopen verbeelding en werkelijkheid voortdurend door elkaar en volg je een ik

die in zijn of haar onvermogen samen te vallen met de wereld iedere keer opnieuw in gedachten houvast en verklaring zoekt. Door een consequent volgehouden toon en omgang met de taal wordt het lezen van de bundel een tocht in het spoor van één en dezelfde ik en voelt de bundel als een dagboek of een biografie van iemand die probeert te ontsnappen aan de angst van het bestaan. 'Het is een vorm/ van paniek die opwelt in mij en als opvliegende/ zwerm uit mijn keel breekt.’, schrijft Maria Barnas in het titelgedicht. De angst die in de bundel vaak als een zwerm vogels de gedichten binnenvliegt is niet bezworen, er is wel poëzie van gemaakt.

 

 

Biografie

Maria Barnas (1973) is dichter, schrijver en beeldend kunstenaar. Zowel in haar geschreven als in haar beeldend werk onderzoekt ze hoe beschrijvingen de werkelijkheid vormen en vervormen. Barnas studeerde aan de Rietveld Academie en de Rijksakademie te Amsterdam. Ze publiceerde twee romans. Haar poëziedebuut Twee zonnen (2003) werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs, en in 2009 ontving zij de J.C. Bloemprijs voor Er staat een stad op (2007). In 2005 verscheen Binnenzee, een wandeling in dichtvorm. In 2013 is haar derde poëziebundel Jaja de oerknal verschenen. Ze was van 2007 tot 2010 columnist voor het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad. Deze columns zijn gebundeldin Fantastisch (2010). Ze schrijft in diverse kranten en tijdschriften essays over kunst en literatuur.