NOMINATIES



OOK DAAR VALT HET LICHT - MIRIAM VAN HEE

Ook daar valt het licht - Miriam Van hee (De Bezige Bij, 2013)

uit het juryrapport bij nominatie

Van hee vindt een evenwicht tussen betrokkenheid op de wereld en individueel verlies, tussen oog voor de grote geschiedenis en intimistische waarneming. Met veel precisie en nuance roept ze zowel de gruwelen in Oost-Europa als de landschappen en mensen uit haar eigen jeugd op. Ze vraagt zich telkens op een subtiele manier af hoe zich daartegenover te verhouden. Deze dichteres is een vuurpijl: ze verlicht niets maar herinnert ons eraan dat het licht bestaat.

 

 

op de watersportbaan

 

daar gaat in een bootje mijn vader te water

hij roeit met langzame halen waartussen

 

het stil is, hij roert met een spaan in het water

hij maakt golven die later de oever bereiken

 

waar ik niet meer ben, ik fiets op het land

ik roep dat hij zeven en half gaat per uur

 

hij zit met zijn rug naar mijn uitzicht, hij ziet

waar we waren, ik zie wat er komt, hij draagt

 

een kirgizische hoed, geen echte maar een

van verschoten katoen want er is te veel wind

 

zegt hij, voor een pet en hij heeft aan zijn voeten

galochen die nog van zijn schoonvader waren

 

en goed blijven zitten, zegt hij, mocht hij dan

toch in het diepe belanden, hij hield van het

 

water, zoals van mijn moeder want midden

op zee ontbrak alleen zij, zo liet hij zich vroeger

 

ontvallen en wij dan, zo dacht ik en wuifde

ten afscheid, hij kon niet terugwuiven, ik riep

 

maar hij kon mij niet horen, hij roeide, het leek

hem geen moeite te kosten, langzaam vervulde

 

hij zijn aardse plicht af en toe kijkend naar mij

op de oever, bewogen misschien maar dat was

 

van hier niet te zien, het kon evengoed nog

een spelletje zijn waarvan ik de regels niet kende

 

en ik dacht dat ik hem daar kon laten, het water

verstond hem en droeg hem achterstevoren

 

terug naar het land

 

Miriam Van hee

uit ook hier valt het licht

 

 

Biografie
Miriam Van hee debuteerde in 1978 met de bundel Het karige maal, die bekroond werd met de Oost-Vlaamse prijs voor Letterkunde. In datzelfde jaar begon ze als initiatiefnemer en redacteur van de poëziereeks van het Masereelfonds te werken aan verspreiding van internationale poëzie. Zelf vertaalde ze daarvoor onder meer werk van Anna Akhmatova. Ze was toen ver in de twintig, had diverse reizen naar de Sovjet-Unie achter de rug en een studie Slavistiek afgerond. Sinds het einde van de jaren tachtig doceert ze Russische Literatuur en Grammatica in Antwerpen.

Het werk van Van hee wordt met name gewaardeerd vanwege de zorgvuldige compositie, de uiterste beheersing van de taal, waarin kleine nuances in direct taalgebruik worden weergegeven. Miriam Van hee is geen dichter van grote woorden, geen boodschapper of stellingnemer. Haar werk is het aftasten van de alledaagse werkelijkheid, het voorzichtig voelen, aanraken en observeren van situaties die gewoon en algemeen lijken, maar zeer particulier worden beleefd. Ze gebruikt dan ook geen hoofdletters of punten, laat woorden en regels voor zichzelf spreken. Zo creëert ze een afstand tussen de verteller en het vertelde, tussen de beschreven locatie en de positie van de steeds terugkerende ‘ik’.

Het verstrijken van tijd is een constant thema in het werk van Van hee, net als reizen, een beweging door tijd en ruimte. Ondanks de alledaagse onderwerpen wordt het zichtbaar in directe verwijzingen naar dood en naar leven, maar ook in de belevenis van tijd, die voor iedereen verschilt, afhankelijk van de situatie en de plek waar men zich bevindt. Verwijzingen naar het verleden worden wel voor weemoed aangezien, maar dienen vooral om te reflecteren op het heden. Dat geldt ook voor de dreiging die in verwijzingen naar de toekomst te lezen is. Het zegt alles over het hier en nu van het gedicht.

Dat de toekomst niet iets is om maar klakkeloos op je af te laten komen is ook zichtbaar in Van Hee’s houding ten opzichte van het dichterschap. Schrijven is voor haar een soort noodzaak, een plicht, dat wat in het Frans wordt uitgedrukt met ‘Gagner sa vie’. Dichteres ben je voor het leven, merkte ze op, al vindt er een ontwikkeling plaats: ‘Grofweg gezegd is er een evolutie naar een grotere afstandelijkheid, bedachtzaamheid. Mijn eerste gedichten blijven wel eens steken in het anekdotische of geven alleen een bepaalde sfeer weer, terwijl er nu meer ‘inhoud’ is, vind ik zelf.’

Het buitenland is van belang in het werk en leven van Miriam Van hee. Vanwege het reizen natuurlijk, waardoor het bekende en gewone van thuis in een ander daglicht geplaatst wordt, vanuit een ander perspectief wordt bekeken. Maar ook waardeert ze de erkenning die ze voelde toen ze haar eerste buitenlandse prijs ontving, de Jan Campertprijs, voor de bundel Winterhard. 2007 was opnieuw een bijzonder jaar, waarin de Londense Poetry Society een bloemlezing met Engelse vertalingen van haar werkt tipte en waarin de bundel Buitenland verscheen. Die bundel werd maar liefst vijf maal herdrukt en bekroond met de Herman de Coninckprijs – zowel die van de vakjury als de publieksprijs. De jury waardeerde het schetsen van een alledaagse werkelijkheid op een mijmerende, licht melancholische toon, zonder zwaarmoedig te worden.