NOMINATIES


DELPHINE LECOMPTE

Delphine Lecompte, Dichter, bokser, koningsdochter (De Bezige Bij, 2015)

Delphine Lecompte zou zomaar een natuurtalent kunnen zijn. Van Dichter, bokser, koningsdochter gaat een grote urgentie uit: deze gedichten wekken de suggestie dat ze onmogelijk ongeschreven hadden kunnen blijven. Haar even mateloze als eigengereide werk lijkt van levensbelang.

Lecompte schept een unieke wereld, grotesk, wreed en lachwekkend tegelijkertijd. Haar universum wordt bevolkt door personages en situaties die bruut je verbeelding binnenvallen en daar blijven spoken in je klaarwakkere dromen. Het lezen in Dichter, bokser, koningsdochter werkt verslavend, en dat is heilzaam: hoe meer je door de bundel dwaalt, des te meer samenhang ga je erin zien, des te groter is de dieptewerking in de wereld die Delphine Lecompte schept. De gedichten zijn wel los van elkaar te lezen en roepen dan ook al wel een fascinerende, surreële ruimte op, maar als je de drie afdelingen van de bundel elk als een geheel beschouwt, krijgt die ruimte er nog een hyperdimensie bij, zie je de personages en hun eigenschappen terugkomen, gaan de gebeurtenissen in het ene gedicht die van het andere becommentariëren, en ontstaat er als een soort gloed over het geheel een nog niet eerder waargenomen soort humor, ondanks de in de meeste gedichten opduikende angsten en andere narigheden. Ook valt dan Lecomptes zeer persoonlijke ritme steeds meer op, het ritme dat het schrijfproces, zo realiseren we ons, voor een groot deel moet hebben bepaald. Delphine Lecompte is de boksende koningsdochter van de Nederlandse poëzie.


DichterBij Delphine Lecompte
 
Meer informatie over de genomineerde dichters en door hen voorgedragen gedichten vind je op www.poetryinternationalweb.net, klik hier voor Delphine Lecompte http://bit.ly/2gLVQvS
 
Bijten in het Frans
 
Ik was eens op taalkamp
Ik hoorde het werkwoord bijten in het Frans
En ik dacht dat het sterven betekende
Ik mocht mijn hand in de muil van een kalf steken
En ik voorvoelde dat seks minder intiem zou zijn; minder gezellig ook.
 
Ik werd verliefd op iemand van hetzelfde geslacht
Ze mocht vroeger naar huis omdat haar vader een poolreiziger was
Een kortharige monitrice zei: ‘Tu as une voix forte!’
Ze haatte mij, het was een klein beetje wederzijds
Elke dag dacht ik aan de kerk van mijn geboortedorp.
 
Ik werd betrapt toen ik shampoo trachtte te stelen
Van het minst blozende en meest blonde kamplid
Ik kreeg een postkaart van mijn moeder
Het was een paardenrace van Degas
Ze schreef: ‘Parijs is mooi. Wilfried heeft een Afrikaans masker voor mij gekocht.’
 
Ik was eens op taalkamp
Ik leerde dat bijten en sterven niet dezelfde woorden waren
Na de verijdelde shampoodiefstal werd ik geminacht
Elke ochtend sprak ik met God
Ik vond hem even getalenteerd als Degas, en mooier nog dan paardenbenen.
 
Zo prettig was het taalkamp niet
Het kalf en de postkaart waren de hoogtepunten
Terug thuis mocht ik mijn mening geven over het Afrikaanse masker; ik had er geen.
 
© Delphine Lecompte
Uit: Dichter, bokser, koningsdochter
Uitgever: De Bezige Bij, Amsterdam | Antwerpen, 2015, 978 90 2349 666 3