NOMINATIES

PETER GHYSSAERT, VOOR EZELSKAAKBEEN - UITGEVERIJ ATLAS, 2011

Peter Ghyssaert debuteerde in 1991 met de dichtbundel Honingtuin en werd voor Cameo bekroond met de poëzieprijs van De Vlaamse Gids. Ghyssaert studeerde viool en piano aan de conservatoria van Brussel en Antwerpen. Hij werkt als beroepsmuzikant en geeft muzieklessen. Vanaf 1990 begon hij poëzie te publiceren in tal van tijdschriften in Nederland en Vlaanderen, zoals Hollands Maandblad,MaatstafDe RevisorTiradeDietsche Warande & BelfortNieuw Wereldtijdschrift en De Vlaamse Gids. In 1991 verzamelde hij zijn gedichten in Honingtuin, een bundel die als zijn debuut kan gelden. In 1993 volgde de bundel Cameo, die bekroond werd met de Poëzieprijs van De Vlaamse Gids en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs in 1995.

Doorgaans wordt de poëzie van Ghyssaert geplaatst in de traditie van het estheticisme en de decadentie, zoals die in het fin de siècle gestalte kreeg. Zijn gedichten hebben iets kunstmatigs, maar zonder dat ze daardoor aan natuurlijkheid verliezen. Zijn thematiek is de voornaamste reden om hem decadent te noemen. In zijn gedichten is een obsessieve aandacht voor dood en verval waar te nemen. In de werkelijkheid ziet hij vooral aftakeling, degeneratie en het zieke. Het beschrijven daarvan heeft bij hem een bezwerend karakter.

 

In 1995 werd Ghyssaerts werk onderscheiden met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. De bundel Kleine lichamen werd genomineerd voor de Herman de Coninckprijs en de VSB Poëzieprijs 2006.

 

Wie aan babbelziekte lijdt mist het genadeschot dat aan de gedichten in Ezelskaakbeen van Peter Ghyssaert voorafgaat. Langzaam komt het verval ons aanwaaien, oorsuizen kan zowel de stilte als de dood inluiden. De wind strijkt langs, vindt in een stapel stoelen van goedkoop plastic de ideale klankkast. Ghyssaert durft te ontroeren, juist waar dit niet zijn inzet is, gebeurt het toch.

Bestel de bundel hier