NOMINATIES


JOOST BAARS

Joost Baars - Binnenplaats

Uitgeverij Van Oorschot, 2017

Uit het juryverslag bij de nominatie: "De binnenplaats is iets wat niet is in het hart van wat is. De taal van Joost Baars’ debuutbundel vormt een eigenaardige, meeslepende muziek die het aardse probeert te verbinden met het transcendente, de hartenkreet met de filosofie, alles alsmaar bewegend om het grote gat in het midden. Wat gebeurt er met een gebed als het nergens heeft om aan te komen? Hoe moet je liefhebben in de schaduw van onzekerheid? Joost Baars tast in het duister, en haalt daar gedichten vandaan met een onmiskenbaar meesterschap en een duizelingwekkende diepte."

 

    wat we begonnen zijn beginnen
    we elke dag opnieuw en elke dag
    wil ik nog meer opnieuw

    met jou beginnen.

    je te kennen is je keer op keer
    te leren kennen is je elke dag
    weer leren te verliezen en
    gekend in jou mijn eindigheid
    verwerven in de afstand
    van een eeuwigheid

    met jou. Beginnen

    is de tijd waarin we wonen
    niet gegeven, die beginnen
    te verlaten en de entropie
    omarmen die zich dagelijks

    met jou beginnen

    laat. mij in elke dag een ander
    samen wenden tot het onvermijdelijke
    na waaraan we beiden toebehoren
    meer dan aan elkaar
    daar telkens voor het eerst

    met jou beginnen.

 

De daad van het noemen, het benoemen, het geven van namen, het vinden van woorden, is als herkenbaar thema door de hele debuutbundel van Joost Baars verweven. De taal schiet vaak tekort, maar is ook een instrument van groot belang. Zo ook in de noodsituatie beschreven in het openingsgedicht, wanneer de dichter zijn woorden nodig heeft als hij zijn geliefde dreigt te verliezen aan een hartaanval: ‘daar 112’de ik de taal die ik nog had’. De taal probeert grip te krijgen op een wereld die geen houvast biedt, maar ook een wereld die soms speels is, zo toont het laatste deel uit de bundel, waarin vogels met hun geluiden de gedichten bevolken. Door de grote en oprechte urgentie die uit alle gedichten spreekt, komt de thematiek van de bundel voor de lezer steeds dichterbij. Ook het deel dat vertalingen bevat van een andere dichter, de negentiende-eeuwse Engelse dichter Gerard Manley Hopkins, sluit hier bij aan. De ongrijpbare gedichten vergen het uiterste van de taal van de vertaler.

Zo vormt de bundel een sterk gecomponeerd en overtuigend geheel, dat tegelijkertijd veelstemmig is. Door het toelaten van stemmen van anderen – niet alleen in de vertalingen van Hopkins, maar ook in de vele motto’s en verwijzingen die de bundel rijk is – toont Baars zich een belezen schrijver, die met deze bundel terecht zijn eigen plekje opeist.

 

Meer gedichten van Joost Baars